Lage Waterstanden - 2018 als leermoment

 
 
Waterstanden grote rivieren Nederland 2018
Worden extreem lage waterstanden ‘normaal’? Wat zijn de gevolgen?
 



Herstel van extreem lage waterstanden in december na warm, zonnig en droog jaar 
Op 2 december stond het waterpeil nog op de extreem lage waterstand van 654 cm bij Lobith. Inmiddels is het rivierpeil gestegen tot rond de 1100 cm (27-12). Een stijging van 4,5 meter in nog geen vier weken tijd. De waterafvoer is in dezelfde periode meer dan verviervoudigd; van rond de 750 m3 naar ruim 3000 m3 per seconde.

Vooral de laatste week is de waterstijging zeer snel gegaan. Het waterpeil van de Rijn bij Lobith stond vorige week zaterdag (21-12) nog op 791 cm. In nog geen week tijd is het rivierwater bij de plaats waar de Rijn Nederland binnenkomt, met ruim 300 cm gestegen. De waterstand bij Lobith is een belangrijke indicatie voor de gestegen waterstanden verder stroomafwaarts; in de Waal, in de Nederrijn en Lek en in de IJssel. Bijvoorbeeld steeg het waterpeil in de Waal bij Zaltbommel in dezelfde periode van rond de 150 cm naar 325 cm. Een stijging van 175 cm.
 
De verwachting is dat na vrijdag 28-12 het waterpeil niet verder zal stijgen, maar zal dalen. In de eerste week van januari 2019 valt er naar verwachting weinig neerslag in het stroomgebied van de Rijn. In de tweede week van januari komen er volgens de weersvoorspellingen zeer waarschijnlijk een aantal dagen met meerdere millimeters per dag neerslag in de vorm van regen en sneeuw. 
 
De verandering van de extreem lage waterstanden naar de meer gangbare waterstanden komt door de aanzienlijke hoeveelheden neerslag die de afgelopen weken is gevallen. Na de droogte- en warmterecords in de zomer en in het najaar was de neerslag zeer welkom. In het gehele stroomgebied van de Rijn is het vele maanden zonnig, zeer droog en zeer warm geweest. 

De waterstanden in het stroomgebied van de Maas zijn eveneens weer genormaliseerd. Van zeer lage waterstanden en een zeer geringe afvoer van rivierwater, naar waterstanden en een waterafvoer die veel voorkomen in de winterperiode. In België is zo nu en dan weer sprake van het in het winterseizoen regelmatig voorkomende ‘hoogwaterregime’. De waterafvoer van de Maas in Nederland ligt op de grens met België rond de 500 m3 per seconde. Enkele honderden kubieke meter per seconde hoger dan het jaarlijkse gemiddelde. Het zijn vrij normale omstandigheden die bij het seizoen horen. 
 
Gevolgen droogte nog niet voorbij
Herstel van de waterstanden in de grote rivieren in Nederland betekent nog niet dat de gevolgen van de droogte voorbij zijn. Het in 2018 opgebouwde neerslagtekort van honderden millimeters is nog lang niet aangevuld. Het gaat om honderden millimeters neerslag die nodig zijn bovenop de gemiddelde neerslag die per maand en in een jaar valt. Vooral de hoger gelegen (zand)gronden hebben nog veel (extra) neerslag nodig voordat het oppervlaktewater en het grondwaterpeil weer enigszins genormaliseerd zijn. Ook de lössgronden in de Limburgse heuvels zijn nog  niet hersteld van de lange droge en warme periode. 
Met het sterk verminderen van het neerslagtekort van 2018 kan natuur alsook landbouw zich beter en voor lange tijd herstellen van droogte. Herstel van het evenwicht is nodig. Zelfs voor de watertoevoer van (grote) rivieren is het van belang dat ze niet uitsluitend en hoofdzakelijk afhankelijk zijn van kortdurende stevige buien en/of snel smeltende sneeuw. Dit geldt in Nederland alsook in de andere landen van Rijn en Maas.

Worden extreem lage waterstanden ‘normaal’?
Het afgelopen decennium waren  meerdere jaren met zeer lage waterstanden in de zomer en het najaar (zoals in 2009, 2015, 2016 en 2018). Bovendien hielden de zeer lage waterstanden maandenlang aan. De extreem lage waterstanden gedurende een lange periode zoals in 2018 (circa 5 maanden) zijn nog niet eerder voorgekomen. Zonder uitzondering hadden alle landen langs Rijn en Maas te maken met gevolgen van de langdurige droogte en warmte.
In de Alpen nemen bovendien de gletsjers in omvang af. De Rijn lijkt meer en meer een regenrivier te worden. Een regenrivier die met ernstige perioden van droogte te maken heeft. Smeltwater van sneeuw van het seizoen speelt nog wel een belangrijke rol. De hoeveelheid smeltwater in de zomer van meerjarige sneeuw en gletsjers neemt in de toekomst waarschijnlijk af.
Langzamerhand is het reëel te veronderstellen dat zeer lage waterstanden veroorzaakt door langdurende perioden van droogte en warmte regelmatig zullen optreden.
 
Daarnaast is het ondanks de optredende lage waterstanden niet minder belangrijk om voortdurend rekening te houden met hoge waterstanden. Hoge waterstanden zijn minder waarschijnlijk in zomer en najaar, maar ze kunnen wel degelijk voorkomen. Ook in Nederland. In de zomers van 2013 en 2016 waren er waterstanden tussen de twaalf en dertien meter. In 2007 stond het waterpeil lange tijd boven de dertien meter bij Lobith. Lage waterstanden kunnen vrij snel veranderen in hogere waterstanden. De afgelopen maand december laat dit op een milde wijze zien. 
Het jaar 2018 is een jaar om het nodige van te leren.
Op de foto hiernaast de hoge waterstand in de Waal bij veerpont Herwijnen-Brakel, 5 juni 2013.
 
 
 
Van hoge waterstanden in de winter naar extreem lage waterstanden in de zomer 
2018 begon met hoge waterstanden. In de tweede week van januari werd de hoogste waterstand bij Lobith genoteerd; rond de 14,60 m +NAP. Daarna daalden de waterniveaus enigszins. Maar bleven tot in de maand februari hoog. De waterafvoer naar zee verliep tijdens de hoge rivierstanden buitengewoon soepel. Weinig wind en/of een wind uit oostelijke richtingen. Geen opstuwing van rivierwater door de zee.
 
 
 
 
 
Op de twee bovenstaande foto's de waterstand van de Waal tussen Gorinchem en Vuren op 7 januari. Op de tweede foto de volgelopen uiterwaarden van natuurgebied de Avelingen tussen Schelluinen en Hardinxveld op 7 februari 2018. Op het water ligt een dun laagje ijs.

De waterstanden in de Nederlandse rivieren zakten verder in de eerste helft van de lente. Veel smeltwater van de grote hoeveelheden sneeuw in de Alpen zorgden voor veel rivierwater in de Rijn tot in de tweede helft van het voorjaar. De waterstanden daalde wel, maar bleven vooral door het vele smeltwater op een aanvaardbaar peil. Ondanks de beperkte neerslag en het warme en zonnige weer waarvan in het voorjaar al sprake was. Het Bodenmeer bleef goed gevuld en fungeerde als een belangrijke waterbuffer die voortdurend een aanzienlijke hoeveelheid rivierwater leverde aan het meer stroomafwaarts gelegen gedeelte van de Rijn. Maar ook deze waterbuffer minderde langzaam maar gestadig.

In de zomer verdere daling van de waterstanden 
In de warme, zonnige en zeer droge zomer zakte de waterstanden in de rivieren naar ongekende lage waterstanden. Half juli zette de daling van de waterstand van de Rijn definitief door. Binnen een maand daalde de waterstand van circa 800 cm naar 700 cm bij Lobith. Waterstanden van rond de 700 cm bij Lobith, die zeer lang aanhielden, waren nog niet eerder voorgekomen. Op onderstaande foto de situatie op de Waal tussen Varik en Zaltbommel.
 

De elektriciteitsproductie door middel van waterkracht verder stroomopwaarts over de grens, kwam lange tijd grotendeels stil kwam te liggen. De geringe waterafvoer betekent dat de vele waterkrachtcentrales geen of een zeer beperkte hoeveelheid groene stroom kunnen leveren. 
In het stroomgebied van de Rijn kunnen met een groot aantal kleine en (middel)grote waterkrachtcentrales vele duizenden Megawatts aan stroom geproduceerd worden. Met de zeer lage waterafvoer kwam deze productie lange tijd in 2018 zo goed als stil te liggen. 

Maatregelen waterbeheer noodzakelijk
Allerlei maatregelen werden in Nederland getroffen om de negatieve effecten tegen te gaan. Extra controle van dijken op uitdroging en verzakkingen. Beregeningsverboden voor de landbouw. Zoveel mogelijk zoet rivierwater in het Deltagebied en het IJsselmeer vasthouden. Rivierwater vanuit de Waal via het Amsterdam-Rijnkanaal omleiden naar de Lek bij Wijk bij Duurstede. Met deze maatregelen kon verdroging en verzilting tegengegaan worden. Tevens bleven de rivieren bevaarbaar. De binnenvaartschepen konden veelal wel minder vracht laden.

Veranderende rivierlandschappen door lage waterstanden en droogte
Ondanks de genomen maatregelen veranderden de rivierlandschappen dramatisch. Niet alleen binnendijks werden de droogteverschijnselen zichtbaar. Op grote schaal kregen de uiterwaarden met serieuze verdroging te maken. De basiskleur groen veranderde al snel naar vaalgele kleuren. Het gras wilde niet meer groeien en er ontstonden kale, verdroogde plekken. De lagere, drassige gedeelten en op veel plaatsen de watergeulen droogden op tot verharde modder en droog zand. De struiken en de bomen kregen te maken met verkleuring, verdorring en bladverlies. Van de vele bloemen was niet veel meer te bekennen. Hoe het de fauna verging was minder zichtbaar.

Langs de rivieroevers veranderde ook het een en ander ingrijpend. Het met het waterpeil fluctuerende grensvlak van rivier en oever had zich verplaatst naar het gebied tussen de grotendeels droogstaande, kurkdroge en kleurloze rivierkribben. Niet voor enkele uren of een paar dagen, maar voor weken en zelfs maanden. Dit grensgebied tussen water en land waar normaal gesproken van alles groeit en bloeit, was op veel plaatsen veranderd in een breed, kleurloos en gortdroog grensvlak van uitgedroogde modder, droog zand en stenen. Een grensvlak dat in Nederland veelal in vakken is ingedeeld met talloze rivierkribben. De kribben waren veranderd in grotendeels droogstaande, kleurloze stenen dammen, dorstig reikend vanaf de oever naar water verder weg in de rivierbedding. 
 
 

Nadelige gevolgen voor de biodiversiteit en belevingswaarden
Rivieren, oevers en uiterwaarden zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Een  diversiteit in flora en fauna die decennia lang meer in het algemeen op velerlei wijze onder druk staat en verder verschraald. Een droge en warme periode van vele maanden samengaand met extreem lage waterstanden heeft negatieve effecten op de biodiversiteit langs de rivieren. 
 
 
Voor recreanten en toeristen op en langs de rivieren vermindert de aantrekkelijkheid van de rivierlandschappen met een teruggang van de biodiversiteit. De overwegend kleurrijke en gevarieerde landschappen worden fletser en monotoner. In vergelijking met veel andere landschappen geven rivierlandschappen in eenzelfde droge periode toch nog een grote verscheidenheid en de nodige
kleurschakeringen.
De bovenstaande foto en de foto hiernaast zijn voorbeel-den van redelijk groene uiterwaarden gecombineerd met een smalle IJssel met droge oevers ( 21 oktober 2018)
 
 
In Nederland hadden de uiterwaarden in september inmiddels al wat meer kleur gekregen. Meerdere tientallen millimeters neerslag zorgden ervoor dat het gras weer was gaan groeien en richting de kleur groen veranderde. Boeren lieten hier en daar de koeien op de uiterwaarden grazen. Of ze maaiden het laatste gras van dit najaar. Karig gras voor de wintervoorraad. De lage waterstanden bleven onverminderd laag. De rivieroevers stonden droog en waren op veel plaatsen minder kleurrijk. Op de foto hieronder de IJssel stroomopwaarts bij Bronckhorst in oktober.
 
 

Op de onderstaande foto de omstandigheden bij het fiets- en voetveer Rheden - Rhederlaag. De veerpont kan in augustus nauwelijks aanleggen door de lage waterstand van de IJssel. Het gras op het talud van de dijk is grotendeels verdroogd.
 
 
 
 
Extreem lage waterstanden in najaar 2018
Dat de waterstanden nog verder konden zakken werd in het najaar duidelijk. De waterstand bij Lobith zakte richting de 6,50 meter. En bleef meerdere weken enkele centimeters boven deze stand steken. De laagste stand was 653 cm (30-11). Zelfs scheepvaart met lege vrachtschepen en schepen met een beperkte lading was nauwelijks meer mogelijk in Nederland alsook in Duitsland en andere aangrenzende landen. De rederijen die de vele riviercruises verzorgen, hadden meer en meer last van de lage waterstanden. Een aantal veerponten kregen serieuze problemen met de veerdiensten. Op de veerpont van Bronckhorst konden (zware) vrachtwagens niet meer overgezet worden. Het gewicht van de lading op de veerpont moest beperkt worden vanwege de vaardiepte. De veerpont Brakel-Herwijnen kon op bepaalde tijden geen auto’s en vrachtwagens meer vervoeren. Het Waalwater was dan zover gezakt dat het op- en afrijden van de veerpont problemen gaf. In het algemeen hadden de veerdiensten door extreem lage waterstanden te maken met lange, steile veerstoepen en steile loopbruggen.

Andere situatie dichter bij zee
Opmerkelijk genoeg waren de gevolgen in de Beneden Delta ogenschijnlijk minder ingrijpend. De eb- en vloedwerking vanuit zee zorgde zoals altijd voor de dagelijkse veranderingen van de waterstanden van de rivieren met een open verbinding met zee.
Bij eb zijn daar de waterstanden weliswaar wat lager door het ontbreken van een aanzienlijke hoeveelheid bovenstrooms rivierwater. Met het opkomend tij verdwijnen de lage rivierstanden tweemaal per etmaal.
Niet direct herkenbaar, maar het zoute zeewater stroomde wel verder stroomopwaarts de delta in. Het rivierwater bevatte maandenlang meer zouten van het zeewater. De verzilting drong verder landinwaarts door en werd krachtiger met de verder dalende rivierwaterafvoer. Van hoge waterstanden in combinatie met stevige winden vanaf zee was gelukkig geen sprake.
In de toekomst kan een zeespiegelstijging allerlei ongewenste effecten hebben zoals hogere vloedstanden en versterkt optreden van verzilting.
 
Het Haringvliet fungeerde maandenlang als een belangrijke zoetwaterbuffer. De Haringvlietsluizen bleven dicht. Het waterpeil van het Haringvliet kon op een redelijk hoog niveau gehouden worden. Gunstig voor de natuur in en rondom het Haringvliet en de Brabantse Biesbosch.
Op de foto een opmerkelijke kleurenrijkdom op het eilandje Tiengemeten in het Haringvliet begin augustus 2018.
 
Het dichthouden van de Haringvlietsluizen betekende wel dat trekvissen zoals de zalm geen enkele mogelijkheid hadden om de sluizen te passeren.
 
 
De praktische uitvoering van het Kierbesluit Haringvliet 2018 moest wachten tot de hogere waterstanden van de rivieren samengaand met een grotere waterafvoer in december. Het besluit geeft de trekvissen mogelijkheden om via de sluizen van zee de rivieren op te zwemmen alsook in tegengestelde richting de spuisluizen te passeren. 

Snel herstel van waterstanden in december
De droogte en de lage waterstanden hielden lang aan. Tot begin december. Eind november en in december viel meerdere dagen een aanzienlijke dagelijkse hoeveelheid neerslag in een groot gebied. In de laatste maand van het jaar herstelden de rivieren zich snel (zie foto hieronder; Boven Merwede, 24 december). Aan het begin van de winter, na de herfst en ver na het groeiseizoen.
Op 2 december stond het waterpeil nog op de extreem lage waterstand van 654 cm bij Lobith. Inmiddels is het rivierpeil gestegen tot rond de 1100 cm (27-12). Een stijging van 4,5 meter in nog geen vier weken tijd. De waterafvoer is in dezelfde periode meer dan verviervoudigd; van rond de 750 m3 naar ruim 3000 m3 per seconde.
 

Herstel langere termijn?!
Het blijft afwachten tot ver in het jaar 2019 om te zien en te kunnen weten of de natuur op rivieroevers en uiterwaarden het jaar 2018 goed hebben weten te overleven en hersteld zijn van de lange, zonnige en droge periode in 2018. Belangrijk zal zijn of het oppervlakte- en grondwater zich goed weet te herstellen. In Nederland en in de andere landen. Daarbij spelen de weersomstandigheden in 2019 vanzelfsprekend een belangrijke rol.

Inmiddels  hebben de waterstanden voor de komende dagen een dalende lijn ingezet. De gepeilde en verwachte waterstanden (NOS Teletekst 30-12; 09:10) bedragen bij Lobith 1049 cm (30-12) en 890 cm (03-01). Een daling van twee meter. Het ‘hoogwaterregime’ in België is niet meer van kracht. De waterafvoer van de Rijn is onder de 3000 m3 per seconde gezakt en in Zuid-Limburg ligt de afvoer van het Maaswater op zondag 30-12 rond de 400 m3 water per seconde. Extreem lage waterstanden zijn voorlopig niet te verwachten.

 
__________© hn - 2 en 5 januari 2019__________



Tracking-ID UA-74183027-1